Help, mijn peuter heeft kuren!

De peuterpuberteit, ook wel die fase waarin ze constant ‘nee’ zeggen. Soms kruip je er de muren van omhoog … Maar weet dat ieder kind erdoor gaat, en het ook weer voorbij gaat.

Wat is de peuterpuberteit?

Het is de fase waarin je peuter volop experimenteert. Hij ontdekt dat hij los van de personen die voor hem zorgen een uniek persoon is. Dat is nieuw voor hem, en hij gaat volop zijn grenzen aftasten. Bereid je dus voor op veel ‘nee’, ‘ikke doen’, onvoorspelbare driftbuien …

De peuterpuberteit start meestal rond de leeftijd van 1,5 à 2 jaar en duurt tot 3 à 4 jaar. Bij de ene duurt het langer dan bij de andere of is het intenser, net zoals bij tieners.

MyFamily peuterpuberteit

5 tips om met je puberende peuter om te gaan

1. Grenzen stellen

Stel een paar duidelijke grenzen die je peuter begrijpt. Zo kan hij er zich makkelijker aan houden, en is het voor jou ook beter vol te houden. Wees consequent, ook al was het een zware dag.  

Geef ruimte voor vrijheid naast de regels. Door je peuter zelf dingen te laten beslissen, zoals uit welke beker hij wil drinken, maak je het hem makkelijker om jouw regels te respecteren.

2. Positieve aandacht geven

Waar je aandacht aan schenkt, dat groeit. Een complimentje als je peuter je helpt of wanneer hij rustig aan het spelen is, bekrachtigt zijn goed gedrag en leert hem op een positieve manier jouw aandacht te trekken.

3. Zelf minder ‘nee’ zeggen
Peuters imiteren volwassenen. Dus als jij minder ‘nee’ zegt, rustig spreekt en bijvoorbeeld een alternatief in de plaats geeft, leer je hem om dit ook te doen.

4. Het gedrag verwoorden
Is je peuter boos of verdrietig, dan kan je zijn gedrag omzetten in woorden. Zo voelt hij zich beter begrepen en leer je hem om ook zelf zijn gevoelen verbaal te uiten. Bijvoorbeeld: “Ik zie dat je heel graag een koekje wil, dat heb ik jammer genoeg niet in huis nu, maar ik kan je wel een appeltje geven.”

5. Afleiden in plaats van straffen

  • Je peuter kan nog geen oorzaak en gevolg aan elkaar koppelen, en snapt het principe van ‘straffen’ dus nog niet. Wanneer hij weer kattenkwaad uitsteekt, kan je hem eerder afleiden met een alternatief zoals “Gaan we een boekje lezen?”.
  • Grenzen aangeven: wanneer hij bijvoorbeeld een ander kindje pijn doet, neem je hem beter meteen weg dan te dreigen met een of andere straf.
  • Ook tijd inschatten kan hij nog niet. Zeggen dat je hem gaat straffen bijvoorbeeld, werkt dus niet.

Deze blog is tot stand gekomen in samenwerking met MyFamilyerkende uitbetaler van het Groeipakket.