Amai da’s slim: gnocchi caponata met burrata

Slim koken zit soms gewoon in goed kiezen. Met gnocchi, een rijke tomatenbasis en burrata zet je iets op tafel dat warm, zacht en zomers smaakt. Ontdek waarom net die combinatie zo goed werkt op drukke dagen.

Slim gezien: je basis doet het zware werk

Sommige gerechten vragen veel uitleg. Dit is er niet zo een. Je vertrekt van een paar sterke smaken die elkaar vanzelf vinden, en voor je het weet staat er iets op tafel dat meer doet vermoeden dan de moeite die erin kroop.

Bij deze gnocchi caponata zit de slimheid in de saus. Die combineert gepelde tomaten met aubergine, selder, ui, rozijnen en zwarte olijven. Dat spel van zacht, fris, zout en een tikje zoet maakt het gerecht meteen gelaagd. De burrata erbovenop doet de rest: die brengt zachtheid en maakt van een eenvoudige kom gnocchi iets waar je graag even voor gaat zitten. Deze Elvea-versie werkt de caponata af met witte wijnazijn en een snuifje suiker, net om die balans tussen zoet en zuur goed te krijgen. 

Lachende dame
Gnocchi caponata met burrata

Gnocchi caponata met burrata

Duur: 25 min.
Aantal: 4 personen

Ingrediënten

  • 1000 g gnocchi
  • 800 g Elvea Pelati
  • 4 aubergines
  • 4 stengels selder
  • 2 ajuinen
  • 4 el rozijnen
  • 6 el zwarte olijven
  • 2 burrata
  • witte wijnazijn
  • suiker

Een recept van Elvea.

Bereiding

  1.  

    Snijd de aubergines in blokjes. Frituur ze goudbruin in een neutrale olie. Leg op een keukenpapiertje & bestrooi met een beetje grof zout.

     

  2. Snijd de selder & ui fijn. Stoof aan in een goeie scheut olijfolie. Neem de gepelde tomaten en plet ze met de hand terwijl je ze in de pan doet. 

     

  3. Laat het geheel 10 minuten pruttelen op een laag vuurtje. Voeg de rozijnen & fijngehakte olijven toe en laat 10 minuten verder pruttelen. Voeg uiteindelijk de aubergines toe en roer door.

     

  4. Werk de saus af met een scheutje witte wijnazijn & een snuifje suiker. Proef en ga op zoek naar de balans tussen zoet en zuur.

     

  5. Kook de gnocchi gaar in licht gezouten water. Schep ze op een bord, doe er een royale hoeveelheid caponata over en werk af met burrata.

     

Nog slimmer met deze kleine trucs

Met een paar kleine keuzes maak je het jezelf nog makkelijker:

  1. Laat je saus op voorhand scoren
    Maak de caponata al wat eerder op de dag. Dan hoef je ’s avonds enkel je gnocchi nog te koken en af te werken.
  2. Werk af op het einde
    Voeg burrata pas toe wanneer alles in het bord ligt. Zo blijft ze mooi romig en krijg je dat lekkere contrast tussen warm en fris.
  3. Vertrouw op sterke tegenpolen
    In dit gerecht doen zoet, zuur en zout veel werk voor je. Rozijnen, olijven en een scheutje azijn maken de saus interessanter zonder dat je twintig ingrediënten nodig hebt.
  4. Zet het in het midden van de tafel
    Een grote schaal, wat extra lepels en iedereen schept zelf op. Meer sfeer, evenveel gemak.

Weinig gedoe, veel effect

Dat is waar deze 'Amai da’s slim' het best tot zijn recht komt. Niet in een ingewikkelde keukenhack, wel in een recept dat slim in elkaar zit. Gnocchi kookt snel. Een goeie tomatenbasis brengt meteen body. En burrata zorgt voor dat laatste tikkeltje comfort zonder extra werk.

Ook fijn: dit is zo’n gerecht dat tegelijk huiselijk en zomers aanvoelt. Ideaal op een avond waarop je weinig puf hebt om lang te koken, maar toch iets wil serveren dat gul oogt en echt smaakt. Zo’n bord waar iedereen spontaan wat trager van gaat eten. 

In samenwerking met Elvea.

inspire.svg

Nog meer inspiratie