Zo help je je kind omgaan met angst en onzekerheid
“Maar wat als het niet lukt?” Voor ommige kinderen is dat geen losse gedachte, maar een fulltime achtergrondmuziekje. Angst voor school, slapen, fouten maken of alleen zijn: het komt vaker voor dan we denken in een wereld die draait om presteren, tonen wat je kan en liefst ook nog gelukkig zijn. Volgens kinderpsycholoog Klaar Hammenecker helpt geruststellen niet altijd het meest. Wat wel helpt? Je kind stap voor stap laten voelen: ik kan dit aan.
Angst herkennen bij je kind
Angst komt zelden met een groot waarschuwingsbord. Soms zie je gewoon een kind dat voor de tiende keer bevestiging vraagt, geen keuze durft maken, dicht bij jou wil blijven of net bazig wordt om controle te houden. Soms zit het in buikpijn, hoofdpijn of plots ‘niet kunnen’. Als ouder schiet je dan snel in redmodus. Je stelt gerust, lost op, neemt over. Heel begrijpelijk. Alleen krijgt je kind dan onbewust de boodschap: “Mama of papa doet het wel, want alleen lukt het mij precies niet.” Lief bedoeld, maar niet altijd helpend.
Alles begint bij je ZELF
“Want zelfvertrouwen groeit niet doordat iemand het van je overneemt, maar doordat je ontdekt: amai, ik kan dit blijkbaar toch. Zelfs met bibberknieën.”, legt Klaar uit. En de sleutel? Die ligt bij het versterken van het ZELF van je kind: het innerlijke besturingssysteem van gevoelens, gedachten en gedrag. Dat wordt opgebouwd en bijgestuurd door wat er gebeurt en de omgang met anderen. Elke keer dat je kind iets probeert, voelt, oplost of aankan, bouwt het aan zijn zelfbeeld. Niet aan een perfect zelfbeeld, maar aan een stevig, realistisch gevoel van: ik kan dingen aan, ook als ze spannend zijn.
Zo versterk je dat ZELF
Je hoeft geen therapeut aan de keukentafel te worden. Oef. Je kan wel stap voor stap de ‘hulplijnen’ van je kind versterken.
- Leer emoties reguleren: help je kind voelen wat er gebeurt, woorden geven aan spanning en proportioneel reageren. Niet elk probleem is een brand met sirenes.
- Stimuleer zelfsturing: laat je kind zelf proberen, kiezen en aanpakken. Jij blijft in de buurt, maar neemt het stuur niet over.
- Bouw aan een realistisch zelf- en wereldbeeld: je kind hoeft niet te denken dat alles lukt, wel dat het dingen kan leren. En de wereld? Die is niet achter elke hoek gevaarlijk. De meeste mensen deugen. Speeltuinen zijn gemaakt om in te spelen. Benen om zelf mee te stappen. Fietsen om mee te vallen en weer op te stappen. Breng dat over naar je kind (én jezelf!).
- Oefen zelfbeheersing: meteen paniek of vermijden hoeft niet. Eerst even ademen, denken, kijken wat kan. Dan doen.
- Vergroot de probleemoplossende toolbox: zeg niet alleen: “Dat gaat niet gebeuren.” Vraag liever: “Stel dat het gebeurt, wat zou je dan kunnen doen?”
Opvoeden tot autonomie
De tegenhanger van ‘bang zijn’ is ‘zelfvertrouwen voelen’. En dat groeit vooral door autonomie te krijgen. Door zelf te mogen proberen. Zelf te mogen kiezen. Zelf een lastige situatie aan te pakken, met jou dichtbij als vangnet. Dat vraagt onvoorwaardelijke liefde én oprecht vertrouwen. Niet loslaten in de zin van “trek je plan”, maar wel: ga maar, probeer maar, ik ben in de buurt.
Stap voor stap door de angst
Klaar sluit af: “Je kind sterker maken is geen grote sprong richting “vanaf morgen durf ik alles”. Gelukkig maar, niemand heeft daar zin in op een dinsdagavond. Het is een proces van kleine, haalbare stappen. Samen bepalen wat lukt. Samen oefenen. En vooral blijven bewegen.” Want de enige weg met angst? Niet eromheen, niet eroverheen, maar erdoor. Stap voor stap. Met jou naast je kind, niet als redder, maar als veilige supporter.
Benieuwd naar alle tips van Klaar? (Her)bekijk nu het webinar
Wie is Klaar Hammenecker?
Klaar Hammenecker is kinderpsycholoog en een veelgevraagd expert in de media. Ze combineert trainingen en opvoedingsondersteuning met werk in haar eigen praktijk. Daarnaast is ze auteur van de succesvolle boeken Wat elk kind nodig heeft en Laat maar. Ze coacht ook deelnemers van Bake Off Junior en The Voice Kids.
In samenwerking met Lannoo.