‘Moeilijke’ eters? Zo eindig je de strijd aan tafel
Je zet met liefde een gezonde maaltijd op tafel. Worteltjes in mooie schijfjes. Aardappeltjes goudbruin. Iedereen klaar? En dan: “Dat lust ik niet (meer).” Of ook: eindeloos roeren, pletten, kijken … Eén hap, twee hap, geen hap. Word je boos? Dwing je? Negeer je het? Of begin je toch te twijfelen aan je eigen opvoedkwaliteiten (én aan het voortbestaan van de wortel)?
In haar webinar maakt kinderdiëtist Rolinde Demeyer ons meteen één ding duidelijk: moeilijke eters bestaan eigenlijk niet. Wat wél bestaat, is gedrag dat iets wil vertellen. Elk kind is uniek. Dus elk eetgedrag ook. Wat wij zien – weigeren, selecteren, enkel wit eten, plots geen groenten meer – is vaak geen koppigheid. Het kan een fase zijn. Een reactie op prikkels. Een behoefte aan voorspelbaarheid. Of gewoon een kind dat nog leert omgaan met smaken en texturen.
Nieuwe smaken … Bah!
Wist je dat rond 1,5 à 2 jaar de zogenaamde neofobiefase start bij je kind? Of wantrouwen tegenover nieuwe smaken. Evolutionair slim, want peuters die zelf rondliepen en zomaar alles proefden, hadden vroeger een probleem. En groenten? Die zijn bitter, onvoorspelbaar en soms … snotterig. Stel je voor dat jij plots meelwormen krijgt voorgeschoteld. Exact.
De gouden regel: wie beslist wat?
Volgens Rolinde zit de sleutel in een simpele maar krachtige afspraak: de verdeling van verantwoordelijkheid.
- Als ouder beslis jij wat er op tafel komt, wanneer er gegeten wordt en waar.
- Je kind beslist hoeveel het eet en wat het kiest uit dat aanbod.
En wat dan met alles proeven en hun bord leegeten? “Dat werkt averechts”, zegt Rolinde. “Als kinderen hun bord leeg moeten eten, leren ze niet luisteren naar hun lichaam, maar naar externe regels. Dat kan hun natuurlijke eetgevoel verstoren. Ook verplicht proeven is geen goed idee. Druk creëert stress. En stress is geen goede saus om nieuwe smaken mee te serveren.”
5 kleine shifts met groot effect
Geen ingewikkelde schema’s. Geen broccoli-met-superheldencape. Geen “nog drie hapjes dan krijg je ijs”. Wel haalbare tips die Rolinde zelf uittestte op haar eigen kroost, en die (jawel)écht meer rust aan tafel brengen.
- Bouw een minikeuzemoment in
Serveer eens losse ingrediënten in aparte schaaltjes. Wraps met verschillende toppings. Een bord met rijst, kip, groenten apart. Laat je kind zelf samenstellen. Een beetje keuze geeft autonomie. En autonomie haalt de druk van ‘moeten’. - Introduceer het ‘nee dankje’-kommetje
Wil je kind dat ene stukje paprika écht niet op z’n bord? Zet een klein kommetje op tafel waar het dat stukje in mag leggen. Soms kan één ‘storend’ item het hele bord saboteren. Wegleggen = hoofd weer vrij om wél te eten. - Verspreid gezond over de dag
Stop al wat groentjes of fruit in de brooddoos. Een paar tomaatjes. Wortelstaafjes. Wat noten. Zo ligt niet alle druk op het avondeten. En minder druk betekent minder strijd. - Maak eetmomenten voorspelbaar
Vaste momenten voor ontbijt, lunch, avondeten en tussendoortjes geven rust. Als kinderen weten dat er weer eten komt, hoeven ze minder te hamsteren of te onderhandelen voor snacks. - Laat ze mee kokkerellen (als jij daar energie voor hebt)
Groenten wassen. Soep roeren. Fruit snijden. Niet perfect, wel betrokken. Zelf zien, voelen, ruiken: het verlaagt de drempel om te proeven. Maar alleen als jij zelf ruimte hebt. Maak er vooral geen extra stressproject van.
Benieuwd naar alle tips van Rolinde? (Her)bekijk nu het webinar
Moeilijk eetgedrag bij je kind? Krijg praktische tips van kinderdiëtist Rolinde Demeyer om zonder dwang of strijd meer rust aan tafel te brengen.
Wie is Rolinde Demeyer?
Dr. Rolinde Demeyer is kinderdiëtist, doctor in de toegepaste biologische wetenschappen en auteur van het boek Moeilijke eters bestaan niet. Ze vertaalt wetenschappelijke inzichten naar herkenbare, haalbare adviezen voor ouders. Met mildheid en nuance helpt ze gezinnen de strijd aan tafel te doorbreken en opnieuw vertrouwen te vinden in het eetgedrag van hun kind.
In samenwerking met Lannoo.